Die Friezen zijn niet politesse, zij slaan met kolven en steke met messe.

De tiendaagse veldtocht

Willem I kon zich niet verenigen met de voorwaarden waarop de scheiding tussen Nederland en België volgens de grote mogendheden moest plaatsvinden. Op 5 oktober 1830 riep hij de natie in een proclamatie op tot strijd. Deze oproep werd met groot enthousiasme ontvangen. Wat er van het geregelde leger was overgebleven werd in de herfst van 1830 in Noord-Brabant onder bevel van prins Frederik, de tweede zoon van Willem I, verzameld. Dat restant was vaak van niet al te best maatschappelijk allooi en dikwijls door de overheid tot dienstneming geprest. Ook de kwaliteit van de legerleiding liet vaak te wensen over. Om zich in Den Haag aan de vorming van een nieuw leger te wijden droeg prins Frederik zijn commando over aan de luitenant-generaal Van Geen.  Al was de prins geen groot legeraanvoerder, hij kon goed organiseren. Hij zag kans om na acht maanden van reorganisatie en oefening van het leger een efficiënt werkende eenheid te maken. Opperbevelhebber werd de prins van Oranje die voor een geoefend aanvoerder kon doorgaan.

Op 2 augustus 1831 beginnen de drie Nederlandse divisies aan hun opmars naar de Belgische grenzen. De volgende dag staat het gehele leger op Belgisch grondgebied. Belangrijke schermutselingen met het Belgische leger hebben dan nog niet plaats gevonden

Op 5 augustus 1831 raakt het peloton Vrijwillige Leidse Jagers, dat deeluitmaakte van de derde divisie, te Beeringen in gevecht met Belgische eenheden. Het kost het leven aan een 19-jarige Leidse student, de eerste van de divisie. De 6e augustus is een rustdag voor de drie divisies. De reserve-divisie met de Friese schutters is echter nog steeds in opmars. Deze divisie is de eerste dagen van augustus langzaam België binnengetrokken langs de straatweg van Eindhoven naar Hasselt. Op 5 augustus heeft het te Hechtel een kort vuurgevecht met een Belgisch bataljon plaats dat zich echter al spoedig terugtrekt. De commandant van het Belgische Maasleger krijgt order naar Hechtel op te rukken. De Belgische legerleiding heeft echter geen idee van het doel van de Nederlandse opmars. Zo bevindt zich het Belgische Maasleger op 6 augustus in de direkte omgeving van de Nederlandse reserve-divisie dat die dag de opmars over de straatweg naar Hasselt voortzet.  Zonder dat het de noodzakelijke verkenningen uitvoert denkt het hoofdkwartier dat het Belgische Maasleger zich in de omgeving van Hasselt en Tongeren bevindt.

Zo bevindt het Belgische Maasleger op 6 augustus op in de direkte omgeving van de Nederlandse reserve-divisie. Deze divisie ontmoet hetzelfde bataljon Belgen als de vorige dag. Het Belgische bataljon trekt zich daarop terug in de richting van Houthaelen.  Even ten zuiden van dat dorp ligt de Winterslagse heide waar het gehele Belgische Maasleger in gevechtsopstelling de vijand staat op te wachten. Cort Heyligers, de commandant van de reserve-divisie begrijpt dat hij in een netelige positie is terecht gekomen. 

Belgische troepen tegenover Friese schutters in gevecht op de Winterslagse Heide

Belgische troepen tegenover Friese schutters in gevecht op de Winterslagse Heide

10.000 man bij 6.000 man Nederlandse hoofdzakelijk bestaande uit schutters!   De Nederlandse commandant besluit echter het eenmaal begonnen gevecht voortgang te zetten. Zijn tactiek is erop gericht de vijand in de waan te laten met een grote overmacht te doen te hebben. Terugtrekken zou bovendien ernstige gevolgen hebben voor het welslagen van de veldtocht. Het gevecht duurt met wisselend succes de gehele dag door. Uiteindelijk is er nog een vers bataljon, het 2e bataljon van de 2e afdeling der Mobiele Friese Schutterij onder commando van de luitenant-kolonel Tjalling Tjallingii.het 2e bataljon van de 2e afdeling van de Mobiele Friese Schutterij.

Situatie tijdens het gevecht op de Winterslagse Heide; op de straatweg het 2e bataljon 2e afdeling Mobiele Friese Schutterij

Situatie tijdens het gevecht op de Winterslagse Heide; op de straatweg het 2e bataljon 2e afdeling Mobiele Friese Schutterij

De Friezen doen de kansen keren en bereiken de eerste huizen van Houthaelen. Daarna weten Noordhollandse en Gelderse schutters een Belgische tegenaanval af te slaan. Bij de invallende duisternis worden de gevechten gestaakt. Er is geen verliezer en winnaar. Aan Nederlandse zijde zijn 16 gesneuvelden en 77 gewonden.  

Na een rustdag op 6 augustus 1831 zet de hoofdmacht van het Nederlandse leger zich in beweging met het doel het Belgische Maasleger te verslaan. Daarbij zal op zondag 7 augustus in de buurt van Kermpt een van de bloedigste gevechten van de hele veldtocht plaatsvinden. Daarbij was de 3e divisie betrokken waarvan ook het 2e bataljon van 1e afdeling van de Mobiele Friese Schutterij betrokken. De situatie wordt door de staf van de 3e divisie danig onderschat. Deze denkt dat het treffen niet meer is dan een voorpostengevecht. Het heeft in feite echter met een groot deel van het Belgische Maasleger te maken. Na aan beide zijden met wisselend succes te hebben gestreden brengt kolonel Stoecker de volledige Nederlandse 1e brigade in de strijd. Daarbij zet een bataljon Friese schutters onder donderende"hoera's"een onstuimige tegenaanval. Er ontstaat al spoedig een gevecht van man  tegen man waarbij de Friezen hun jachtmessen gebruiken. Zij klagen er namelijk over dat de kolven van hun geweren te licht zijn om daarmee de Belgische koppen te verpletteren. De verliezen aan beide zijden zijn hoog. De Nederlandse verliezen waren 89 doden en gewonden. Onder de Belgen worden de Friese schutters gevreesd: "zij hebben geen politesse, zij slaan met kolven en steek met messe". De verliezen van de 5e compagnie van kapitein Hendrik Gerrit Cannegieter waren 3 man en 9 gewonden. Voor zover de namen van de gesneuvelde/gewonde Friezen bekend zijn, zijn deze opgenomen in de bestanden Friese schutters en Andere Friese militairen.  De volgende dag worden de lijken gevonden van een Friese schutter en zijn Belgische tegenstander. Zwaar gewond hadden zij nog kans gezien elkaar te wurgen. Andere lijken waren geheel ontkleed. Voor hen die nog in 1815 bij Quatrebras hadden gevochten geen onbekend verschijnsel. Cort Heyligers, de commandant van de reserve-divisie geeft de Friezen een eervolle vermelding in zijn dagorder van 7 en 8 augustus 1831

Van de schutters die aan de Tiendaagse Veldtocht deelnamen, leden de Friese schutters de  grootste verliezen. Volgens de gegevens in een Staatscourant in 1831 telden zij 14 gesneuvelden en 63 gewonden. Van de gewonden overleed een aantal kort na het gevecht of later alsnog in een (ambulant) hospitaal. Opvallend is dat in het overzicht van de gesneuvelden en de gewonden in de literatuur bij de officieren wel en bij de overige manschappen zowel bij de schutters als infanteristen geen initialen worden vermeld ( zie Staatscourant).

Friese schutters bij Kermpt

Friese schutters bij Kermpt