Die Friezen zijn niet politesse, zij slaan met kolven en steke met messe.

Onderdelen

 Onderdelen waarin Friese schutters en andere militairen dienden.

Bij Koninklijk Besluit van 5 oktober 1830 werden op grond van de Wet van 11 april 1827 de gereorganiseerde plaatselijke rustende schutterijen mobiel verklaard. Op 11 oktober 1830 volgt het Koninklijk Besluit waarin wordt  aangekondigd dat de schuttersplichtigen tussen de 25 en 35 jaar zullen worden opgeroepen. Deze vormden de 1e Ban bestaande uit ongehuwden en gehuwden zonder kinderen. De gehuwden met kinderen werden ingedeeld bij de 2e Ban of de reserve. 

In totaal werden 5 bataljons Friese schutters gevormd met totaal 4.045 officieren, onderofficieren en manschappen. afkomstig uit de volgende grietenijen (gemeenten): 

- de steden met uitzondering van Sloten, Stavoren en Hindeloopen en vormden de 1e afdeling, 1e bataljon bestaande uit 6 compagnieën onder commando van de majoor Jacobus Gerardus van Wageningen;

de vier eerste compagniën van de stedelijke schutterij marscheerden af uit Leeuwarden op 5 november 1830 en kwamen 14 november 1830 te 's Hertogenbosch aan; 

-  Barradeel, Ferwerderadeel, Franekeradeel, Het Bildt, Leeuwarderadeel, Menaldumaldeel en  Oostdongeradeel; de 1e afdeling, 2e bataljon bestaande uit 6 compagnieën,  onder commando van de majoor Johan Christiaan Frederik Kirchner ( een Duitser met de bijnaam "de âlde Blaue"); 

de eerste compagnie bestaande uit vrijwilligers vertrok op 3 januari 1831 uit Leeuwarden  naar 's Hertogenbosch;  de 4e compagnie grotendeels bestaande uit Bildtkers en enkele schutters uit Barradeel marscheerde op 18 februari 1831 af naar Noord-Brabant en bereikte 24 februari 1831 Neerbosch; 

- Achtkarspelen, Ameland, Dantumadeel, Kollumerland c.a., Schiermonnikoog, Smallingerland, Tietjerksteradeel en Westdongeradeel; de 1e afdeling, 3e bataljon  bestaande uit 5 compagnieën onder commando van de majoor  Johannes Ludwig Gerard Deppe; 

de 1e en 4e compagnie bleven in garnizoen te Leeuwarden, de 2e en 3e compagnie te Woerden en de 5e compagnie te Den Helder en vertrok vandaar op 3 april 1832 naar Bergen op Zoom; de 4e compagnie werd hoofdzakelijk gevormd door schutters wonende in Westdongeradeel en Ameland; het 3e bataljon heeft niet deelgenomen aan de Tiendaagse Veldtocht; 

- de 2e afdeling, 1e bataljon bestaande uit 5 compagnieën, gevormd door de schutterijen van de grietenijen Gaasterland, Hemeler Oldephaert en Noordwolde, Lemsterland, Opsterland, Schoterland, Ooststellingwerf, Weststellingwerf en de steden Hindeloopen, Sloten en Stavoren onder commando van de majoor Tjalling Menno Watze baron van Asbeck;

- de 2e afdeling, 2e bataljon bestaande uit 5 compagnieën gevormd door de schutterijen van de grietenijen Aengwirden, Baarderadeel, Doniawerstal, Haskerland, Hennaarderadeel, Idaarderadeel, Rauwerderhem, Utingeradeel, Wymbritseradeel en Wonseradeel en de stad IJlst, onder commando van de luitenant-kolonel Tjalling Tjallingii; 

De sterkte van het Nederlandse veldleger bedroeg ongeveer 37.000 man verdeeld over drie divisies en een reserve-divisie. Van de derde divisie maakt ook het 2e bataljon van de 1e afdeling van de Mobiele Friese Schutterij deel uit. De rest van de 1e en 2e afdeling maakt deel uit van reserve-divisie van bijna 6.000 man onder commando van de luitenant-generaal C.M. Cort Heyligers, die onder Napoleon heeft gediend. Deze  afdelingen waren gelegerd in de omgeving van St.Oedenrode, Boxtel en Oirschot. Het 3e bataljon van de 1e afdeling van de Mobiele Friese Schutterij was echter gelegerd in diverse vestiging elders in ons land en neemt geen deel deel aan de Tiendaagse Veldtocht. De reserve-divisie had tot taak de oprukkende linkervleugel van het leger te dekken, te zorgen voor de verbindingsdiensten en moest bovendien de grenzen van Noord-Brabant beschermen. Een onmogelijke taak om dit alles gelijktijdig uit te voeren.

Flankeur der schutterij

Flankeur der schutterij

 De reserve-divisie had tot taak de oprukkende linkervleugel van het leger te dekken, te zorgen voor de verbindingsdiensten en moest bovendien de grenzen van Noord-Brabant te beschermen. Een onmogelijke taak om dit alles gelijktijdig uit te voeren.

Tevens is een lijst opgenomen van Friese militairen die hebben gediend in andere legeronderdelen. Gebleken is dat van het aantal gevonden Friese militairen de meesten dienden in de 8e afdeling infanterie gevolgd door die in de 18e afdeling.